Onderwijskansen

De digitalisering van het onderwijs is als het navigeren door een storm op zee: we hebben de nieuwste navigatieapparatuur (ICT-infrastructuur), maar als de kapitein (directie) en de bemanning (leerkrachten) niet getraind zijn in het lezen van de complexe weerkaarten (digitale didactiek en ethische risico's), en als de zwakste boten (leerlingen met lage SES) niet proportioneel ondersteund worden met reddingsvesten (toegang, vaardigheden én pedagogische begeleiding), zal de storm enkel de ongelijkheid op het water vergroten. We moeten de technologie niet blindelings vertrouwen, maar strategisch en mensgericht inzetten om de waarde van elke passagier te waarborgen en te versterken.

  1. De Versnelde Digitale Transformatie en Beleidsmatige Uitdagingen

Digitalisering is een fundamentele, transformatieve maatschappelijke verschuiving die een volledige herijking van de pedagogische praktijk vereist. De integratie van Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) is cruciaal om leerlingen de noodzakelijke competenties bij te brengen en het leerproces optimaal te ondersteunen. De coronacrisis fungeerde als een gedwongen katalysator, waarbij de noodgedwongen overgang naar online lessen onmiddellijk fundamentele tekortkomingen blootlegde: veel scholen en gezinnen misten essentiële hardware (laptops, stabiele internetverbinding) en leerkrachten misten de nodige digitale didactische expertise en een goed doordacht ICT-beleidsplan.

Bovendien zorgde de schoolsluiting voor een pijnlijk besef van de sociale isolatie bij leerlingen en het gemis aan de directe fysieke sociale contacten en de cruciale leerkracht-leerling relatie tijdens de online lessen, wat een negatieve impact had op het welzijn en de leerbetrokkenheid.

Om deze snelle maatschappelijke evolutie het hoofd te bieden, lanceerde de Vlaamse overheid de visienota Digisprong. De doelstellingen waren gericht op vier speerpunten: het verbeteren van ICT-infrastructuur en materiaal (met een investering van ongeveer €385 miljoen tussen 2020-2025), het opstellen van een ICT-beleid, het versterken van ICT-competente leerkrachten, en het creëren van een Kenniscentrum Digisprong. Echter bleek uit rapporten dat er te weinig transparantie was over de besteding van deze middelen binnen scholen (Onderwijsinspectie & Viaene, 2024). Bovendien verschoven de taken van de ICT-coördinator ongewild van pedagogisch-didactische ondersteuning naar louter technische probleem verhelping, gedreven door de toename van schoolapplicaties.

Beleidskader: Van Digisprong naar Digiplan (1 september 2026)

Het opvolgende Digiplan beoogt de digitalisering duurzaam te verankeren en gaat van start op 1 september 2026 met twee centrale ambities:

  1. Toegankelijkheid: Elk kind heeft recht op toegang tot informatie- en communicatietechnologie.
  2. Kwaliteitsverbetering: ICT moet bijdragen aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit van elke school.

In dit kader worden scholen verplicht een strategisch ICT-beleid op te stellen dat gericht is op de professionalisering van leerkrachten, duurzaamheid en digitale inclusie. Het plan zal de nadruk leggen op de professionalisering van leerkrachten in digitale didactiek en stelt een onderbouwd beleidsplan als harde voorwaarde voor verdere ondersteuning.

 

  1. Kansen, Gevolgen en Ambivalent Beleid

Digitalisering biedt aanzienlijke voordelen, zoals de mogelijkheid tot meer differentiatie in het lesaanbod, versterkt individueel en flexibel leren, en een efficiëntere administratie. Tegelijkertijd brengt het nadelen met zich mee:

  • Tijdsbeslag en Leereffectiviteit: Lesvoorbereidingen vragen vaak meer tijd om adequaat digitaal te integreren. Daarnaast suggereert onderzoek (Mangen, 2013)dat informatie beter wordt verwerkt uit een fysiek boek of door te schrijven met de hand, dan via een scherm.
  • Afhankelijkheid: Er is een toenemende afhankelijkheid van een goed werkende internetverbinding en betrouwbare software.
  • Negatieve Sociale Gevolgen: Digitalisering is een sleutelfactor in de toename van cyberpesten.

De overheid voert een ambivalent beleid: enerzijds wordt digitalisering gepromoot via het Digiplan, anderzijds wordt een verbod op het gebruik van slimme apparaten ingevoerd op 1 september 2025 om de concentratie te verbeteren en sociale contacten te bevorderen. Het gebruik van laptops voor onderwijsdoeleinden in de klas blijft echter toegestaan.

 

  1. Digitale Uitsluiting en Sociale Rechtvaardigheid

Onderwijs kan onbewust uitsluiting veroorzaken. De Digitale Kloof en SES reikt verder dan enkel de materiële toegang tot hardware. De ongelijkheid manifesteert zich op drie cruciale niveaus:

  • Structureel: Ongelijke beschikbaarheid van hardware en stabiel internet thuis (sterk correlerend met de Socio-Economische Status – SES) (Digitale Kloof: Hoe Ongelijkheden Verminderen?, 2024)
  • Institutioneel: Een institutionele digitale kloof ontstaat wanneer scholen digitaal huiswerk, digitale agenda’s of online oudercontacten verwachten, terwijl leerlingen thuis de nodige materialen missen. Leerlingen kunnen hierdoor niet deelnemen aan opdrachten of worden uitgesloten van essentiële communicatie.
  • Individueel: Verschillen in ICT-competentie, die sterk samenhangen met SES en familieachtergrond.

Dit mechanisme versterkt het Mattheüseffect – "wie heeft, zal gegeven worden" – waardoor leerlingen uit kansarme milieus structureel en cumulatief achterstand oplopen. Dit benadrukt de noodzaak tot Proportioneel Universalisme, dat stelt dat de ondersteuning van de school moet worden afgestemd op de individuele nood en de mate van kwetsbaarheid. Kansarme gezinnen zijn hierin het kwetsbaarst door een gebrek aan financiële middelen en onvoldoende ondersteuning thuis. Het onderwijs heeft de cruciale rol om alle mogelijke kansen te bieden en bij te sturen, zodat iedereen gelijke kansen krijgt.

Duurzaamheid en Algoritmische Bias

Digitalisering brengt een ecologische voetafdruk met zich mee (o.a. CO2-uitstoot). Scholen moeten daarom doordacht en duurzaam omgaan met ICT-middelen door te kiezen voor duurzame software, cloud-oplossingen, en refurbished apparatuur. Bovendien draagt de inzet van Artificiële Intelligentie (AI) en algoritmen risico's op algoritmische bias en uitsluiting met zich mee. De overheid heeft de taak om proactief toezicht te houden dat digitale systemen niet tot discriminatie leiden en moet de markt verplichten om middelen te testen op mogelijke ongelijke effecten.

 

  1. Cyberpesten en de Pedagogische Verantwoordelijkheid

Cyberpesten is een vorm van agressie met een verhoogde, systemische impact door haar kernkenmerken: intentie om te kwetsen, herhaling, en een machtsonevenwicht. Waar pesten vroeger aan de schoolpoort stopte, volgt het slachtoffer nu constant via sociale media. De tijd- en plaats onafhankelijkheid, de anonimiteit en het grote publiek op sociale media maken de ervaring vaak heviger en langduriger. De schade van pesten is ernstig en kan levenslange gevolgen hebben, die tot wel 40 jaar later merkbaar zijn, zowel op psychologisch, sociaal als economisch vlak (Lange Termijn Gevolgen van Pesten op School Tot Zelfs 40 Jaar Later, 2025).

Hoewel AI en technologie nieuwe mogelijkheden bieden, blijft de fysieke leerkracht een onmisbare factor in het leerproces en de ontwikkeling van een kind. De leerkracht is niet vervangbaar door robots of AI, omdat leren niet enkel draait om kennisoverdracht, maar om menselijke interactie, emotionele steun en het modelen van sociaal gedrag.

 

Pedagogische Verankering en Actie

Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, zijn sterke pedagogische kaders nodig. Volgens de pedagoog Gert Biesta is de taak van het onderwijs het ontwikkelen van 'subjecten' – autonome, ethisch handelende individuen, met aandacht voor Kwalificatie, Socialisatie en vooral Subjectivering. Dit vereist een veilige en vertrouwde omgeving waarin iedereen gelijk is en tot ontwikkeling kan komen.

De bevindingen van John Hattie over Visible Learning benadrukken de enorme kracht van de menselijke factor: de goede leerkracht-leerling relatie is de krachtigste factor om het welbevinden en de leerwinst te bevorderen. De leraar moet digitale tools bewust inzetten om menselijke verbinding te stimuleren.

Aanpak en Integraal Beleid

Om leerlingen en leerkrachten sterker te maken, is een tweeledige aanpak van competentieversterking en beleidsintegratie noodzakelijk:

  1. Competentieversterking: Leerkrachten moeten zich professionaliseren in digitale didactiek, waarbij het Europees referentiekader DigCompEdu als leidraad dient. Tegelijkertijd speelt onderwijs een essentiële rol bij het ontwikkelen van digitaal burgerschap—de pedagogische strategie om leerlingen toe te rusten als kritische, ethische en verantwoordelijke digitale burgers.
  2. Integraal Beleid: Een effectief anti-pestbeleid moet geïntegreerd worden met het zorgbeleid, taalbeleid en een robuust ICT-beleid dat de Informatiebeveiliging en Privacy (IBP/AVG/GDPR) borgt. Het anti-pestprotocol moet online misbruik expliciet adresseren, inclusief het juridisch verantwoord verzamelen van digitaal bewijsmateriaal (screenshots).

Nuance: Vlaamse scholen zijn niet verplicht om een antipestbeleid te hebben in tegenstelling tot franstalige scholen (Nws, 2025).

Ouderbetrokkenheid is cruciaal. Scholen moeten ouders informeren en ondersteunen in mediawijsheid, waarbij de focus ligt op proportionele ondersteuning van kwetsbare gezinnen. Samenwerking met externe organisaties zoals Pimento en KiVa is noodzakelijk om de handelingsbekwaamheid van de school te vergroten. De strijd tegen cyberpesten vereist de activatie van de 'Cyberheld' of kritische omstander, die het pestgedrag moet melden en de gepeste moet steunen. Dit is de sleutel tot het doorbreken van de groepscyclus en het creëren van een veilige, sociaal verbonden sfeer.

Versterk je Schoolbeleid 

Een veilig schoolklimaat in een digitale wereld vraagt om meer dan alleen afspraken. Het vereist een integraal beleid waar het hele team achter staat. Hieronder vind je een overzicht van krachtige programma’s, hulpmiddelen en inspirerende voorbeelden van andere scholen.

KiVa - Samen tegen Pesten

KiVa is een van de meest bekende en wetenschappelijk onderbouwde antipestprogramma’s (oorspronkelijk uit Finland) dat in veel Vlaamse scholen succesvol wordt ingezet.

  • De Kern: KiVa richt zich niet alleen op de pester en het slachtoffer, maar op de volledige groep. De focus ligt op het activeren van de ‘omstanders’.

  • Preventief: Scholen geven 10 specifieke KiVa-lessen per leerjaar (zoals in de derde graad) over respect en groepsdruk. Er zijn ook educatieve games voor leerlingen.

  • Curatief: Als er toch gepest wordt, werkt een specifiek KiVa-kernteam met de "No Blame"-methode of herstelgerichte gesprekken om de veiligheid in de groep te herstellen.

  • Impact: Onderzoek toont aan dat in KiVa-scholen het welbevinden stijgt en het aantal incidenten van (cyber)pesten significant daalt.

Pimento - Verbinding als Basis

Pimento zet in op de relationele factor. Hun aanpak van cyberpesten helpt scholen om van een incident een leermoment te maken voor de hele klas.

  • Tool: De Cyberpesten Flowchart. Dit is een handelingsgericht stappenplan dat leerkrachten helpt om direct en juist te reageren wanneer online pesten de kop opsteekt.

  • Vorming: Ze bieden workshops ("Weerbaar op het Web") die leerlingen kritisch laten nadenken over hun online imago en gedrag.

Grenswijs -  Bouwen aan Integriteit

Grenswijs is een online tool (ontwikkeld door o.a. Sensoa en Pimento) die scholen helpt om een volledig integriteitsbeleid op te stellen.

  • Wat het doet: Het biedt een stappenplan om een beleid te maken rond agressie, pesten én seksueel grensoverschrijdend gedrag (zoals sexting).

  • De Beleidsplanner: Je kunt via hun website module per module een officieel beleidsplan genereren dat voldoet aan de huidige regelgeving.

Mediawijs - De Beleidstool Mediawijsheid

Mediawijs biedt een specifieke Beleidstool Mediawijsheid aan die scholen stapsgewijs begeleidt.

  • Vier Fases: De tool werkt in fases: van verkenning en selectie van bouwstenen tot het finaliseren van je plan.

  • Thema's: Het helpt je keuzes maken rond thema's als online privacy, auteursrecht, cyberpesten en digitale balans (smartphonegebruik op school).

Beleidsplannen

Verschillende scholen in Vlaanderen dienen als inspiratiebron door hun transparante en actieve aanpak

Sint-Romboutscollege (Mechelen)

Deze school integreert de KiVa-filosofie volledig in hun schoolreglement en speelplaatswerking. Ze maken gebruik van een zichtbaar 'KiVa-team' van leerkrachten bij wie leerlingen altijd terechtkunnen.

Basisschool Heilig Graf (Vosselaar)

Zij koppelen hun antipestbeleid aan een open talenbeleid en ouderbetrokkenheid. Door ouders via digitale nieuwsbrieven en infoavonden te betrekken bij hun 'KiVa-code', trekken school en thuis één lijn.

Sint-Ludgardis (Schilde)

Deze school combineert KiVa-werking met een heldere ‘escalatieladder’ voor online incidenten. Door een nauwe samenwerking met ouders wordt mediawijsheid ook buiten de schooluren gewaarborgd.

Met deze middelen bouwen we niet alleen aan een sterke school, maar aan weerbare leerlingen die klaar zijn voor de digitale wereld.