..

Wanneer een kind of jongere met cyberpesten te maken krijgt, is dat zelden iets wat één persoon alleen kan oplossen. Er zijn heel veel verschillende experten die elk een stukje van de puzzel in handen hebben, en samen kunnen ze een kind stap voor stap uit zo’n situatie halen of er beter mee leren omgaan. Die experten werken nooit in het luchtledige: wat zij doen sluit aan bij wat organisaties als Mediawijs, MediaNest, Awel, CLB, Child Focus en hulplijn 1712 al jaren beschrijven en onderzoeken (1712 Jaarrapport 2024 | 1712, z.d.).

 

Daarnaast spelen juridische en mediarechtelijke experten een belangrijke rol. Zij worden vooral onmisbaar zodra cyberpesten niet langer draait om gemene opmerkingen, maar overgaat in strafbare feiten zoals het verspreiden van naaktfoto’s, het aanmaken van haatpagina’s of nepaccounts, of aanhoudende bedreigingen. In de casussen uit Shorthand – MediaNest legt mediarecht-expert Eva Lievens duidelijk uit dat kinderen en jongeren recht hebben op privacy, en dat ouders dus niet zomaar stiekem hun sociale media mogen nakijken, hoe bezorgd ze ook zijn (Shorthand - MediaNest & MediaNest @MediaNest_Be, z.d.). Het Kinderrechtenverdrag geeft kinderen online net zo goed recht op een eigen veilige ruimte. Lievens benadrukt ook dat het verspreiden van naaktbeelden zonder toestemming strafbaar is, zelfs wanneer het slachtoffer de foto oorspronkelijk zelf heeft doorgestuurd. Commissaris Didier Demelin geeft daarbovenop aan dat er bij haatpagina’s of belaging effectief klacht kan worden ingediend, en dat de politie in sommige gevallen anonieme pesters kan opsporen via bijvoorbeeld IP-adressen (Shorthand - MediaNest & MediaNest @MediaNest_Be, z.d.). Deze experten helpen ouders en scholen om beter in te schatten wanneer cyberpesten de grens naar juridisch geweld of misdrijf overschrijdt, welke stappen dan mogelijk zijn en welke rechten het kind daarbij heeft.

 

Nog een belangrijke groep zijn de kinderrechten- en beleidsexperten. In onderzoek naar pestbeleid en cyberpesten op Vlaamse scholen zie je dat zij voortdurend wijzen op de plicht van scholen om een veilige leeromgeving te bieden en om kinderen te betrekken bij het uitwerken van een pestbeleid (Depry, 2023). Ze vertalen het Kinderrechtenverdrag naar concrete verwachtingen: een school moet niet alleen reageren als er iets misloopt, maar ook een visie op papier zetten, duidelijke afspraken maken, meldpunten voorzien en leerlingen inspraak geven in hoe er met pesten wordt omgegaan (Mediawijs, 2022). “Zij confronteren scholen en overheden met recente problemen zoals exposegroepen en ‘Gossip Girl’-accounts op TikTok en Instagram. Hierdoor wordt het duidelijk waar het beleid achterloopt op de digitale realiteit.

Dan zijn er de digitale en mediakundige experten: organisaties zoals Mediawijs, MediaNest, Child Focus en ICT-coördinatoren op school. Hun rol is dubbel. Enerzijds leggen ze uit hoe platforms technisch werken – meldknoppen, blokkeren, privacy-instellingen – en wat kinderen concreet kunnen doen om zichzelf online beter te beschermen (5 Tips Voor Als Je Kind Slachtoffer Is van Cyberpesten, z.d.). Anderzijds helpen ze scholen en ouders begrijpen welke nieuwe vormen cyberpesten aanneemt, bijvoorbeeld exposegroepen waar anoniem roddels en vernederende beelden worden gedeeld. Dit gebeurt vaak om likes en volgers te verzamelen (Depry, 2023).

Deze experten ontwikkelen lesmateriaal, campagnes en websites op maat van kinderen en ouders, zodat niet elke ouder of leerkracht zelf “socialemedia-expert” hoeft te zijn om toch verstandig te kunnen reageren. Child Focus en de ClickSafe-lijn geven daarnaast ook snel advies bij ernstige, acute onlineproblemen zoals misbruik, chantage of hardnekkig online pesten (Mediawijs, 2021).

Aan de frontlinie staan de hulp- en meldlijnen: Awel, het JAC, CLBch@t, maar ook hulplijn 1712. Zij vormen vaak het eerste veilige contactpunt voor kinderen, jongeren, ouders en omstaanders. Awel en het JAC luisteren vooral naar kinderen en jongeren zelf. CLBch@t verbindt die online gesprekken met het schoolse CLB-netwerk. Hulplijn 1712 richt zich in de eerste plaats op geweld, misbruik en kindermishandeling in brede zin, maar online geweld en cyberpesten vallen daar duidelijk onder. In het jaarrapport van 1712 zie je hoe groot de nood is: in 2024 waren er 9.594 oproepen over 13.281 mogelijke slachtoffers, vooral rond familiaal geweld en emotioneel geweld, waaronder ook online vormen (Kasia Uzieblo, 2024). Minderjarigen nemen vaker via chat contact op, volwassenen eerder via telefoon. De experten achter die lijnen bieden een luisterend oor, geven advies op maat, en verwijzen door naar de juiste diensten wanneer dat nodig is. Zij zijn dus zowel emotionele steun als wegwijzer in het doolhof van hulpverlening en justitie.

 

In de leefwereld van kinderen staan ook heel wat nabij-experten klaar: zorgcoördinatoren, leerlingbegeleiders, vertrouwensleerkrachten, CLB-medewerkers en jeugdleid(st)ers. Uit de bronnen van Mediawijs en MediaNest blijkt dat net zij vaak als eersten merken dat er iets misloopt: een leerling die plots niet meer naar school wil, een kind dat in tranen uitbarst op kamp, of een klasgroep die gespannen reageert op een haatpagina of bewerkte foto. Hun kracht ligt in het combineren van kennis over kinderen, groepsdynamieken en de dagelijkse praktijk op school of in het jeugdwerk. Ze praten zowel met het slachtoffer als met de pester en betrokken omstaanders, begeleiden de groep en stemmen af met ouders of externe hulp. Onderzoek in Vlaamse scholen toont wel aan dat hun effectiviteit sterk afhangt van een stevige basis: een duidelijke visietekst, een actieve antipestwerkgroep en heldere stappenplannen. Waar die ontbreken, blijven deze mensen vooral brandjes blussen in plaats van structureel te kunnen werken (Kasia Uzieblo, 2024).

 

Tot slot zijn er de grotere expertisecentra en onderzoekers die achter de schermen werken. Zij analyseren cijfers over cyberpesten, geweld en online gedrag, ontwikkelen evidence-based programma’s en evalueren welke aanpak wél en niet werkt. Denk aan organisaties zoals het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie, dat richtlijnen heeft uitgewerkt over hoe hulpverleners signalen van suïcidaliteit kunnen herkennen, hoe ze op een veilige manier in gesprek gaan en hoe ze een beleid rond mentale gezondheid en crisisopvang opbouwen (Dumon et al., 2023). Die kennis is niet rechtstreeks “cyberpest-specifiek”, maar ze toont hoe je als systeem, school, hulpverlening of beleid rond jonge mensen kan gaan staan wanneer het écht misgaat. Andere onderzoeksprojecten rond pestbeleid en mediawijsheid doen iets gelijkaardigs voor pesten en cyberpesten: ze leggen bloot waar scholen tekortschieten, welke hiaten er zijn in slachtofferzorg, waar bijvoorbeeld racisme, seksuele intimidatie en online haat nog onder de radar blijven, en welke rol leerlingen, ouders en experten daarin zouden moeten spelen (Depry, 2023).

 

Wanneer je alle experten samenbrengt, zie je één duidelijk patroon: niemand kan cyberpesten alleen stoppen, maar elk van hen draagt een essentieel deel van de oplossing. Psychologische experten beschermen het innerlijke welzijn van het kind; juristen en politie bewaken rechten en grenzen; kinderrechten- en beleidsexperten duwen scholen en overheid in de juiste richting; mediakundigen maken de onlinewereld begrijpelijker en veiliger; hulplijnen vormen een laagdrempelige toegang tot hulp; en de mensen op school of in de jeugdbeweging vangen de eerste signalen op en kunnen meteen ingrijpen. Kinderen hebben dus geen één superheld nodig, maar een netwerk van competente volwassenen dat laat voelen: ‘je staat er niet alleen voor!'